Monster van Nes / 2017 / Fietstunnel Nes Schagen N241 / Provincie Noord-Holland

De provinciale weg N241 bij Schagen wordt een stuk veiliger gemaakt. Door oprukkende bebouwing nam het verkeer toe, en dat is rond een weg waar je 80 mag rijden natuurlijk gevaarlijk. Tussen Schagen (aansluiting op de N248) en het Verlaat (kruising N242) krijgt de weg over een lengte van 10 kilometer daarom een nieuwe inrichting (o.a. verbreding). In 2018 is het hele tracé klaar. Een van de deelprojecten is een nieuwe fietstunnel die door de Nesdijk snijdt, een plek waar veel ongelukken gebeurden. Michiel Kluiters maakte er een geïntegreerd kunstwerk.

De Nes bij Schagen is een dijk met een weg erop die ter hoogte van Schagen de N241 kruist. Bij deze locatie is recent veel nieuwbouw gepleegd. Daarom en omdat er veel fietsverkeer van de Nesdijk komt, bleek een fietstunnel hard nodig.

Een Nes is een landtong die bij verschillende waterstanden droog blijft. Het is dus van oudsher een plek voor bewoning. Om die reden zijn dit soort locaties interessante archeologische plekken. Met zijn werk Monster van Nes in de fietstunnel wilde Michiel Kluiters een monument oprichten voor dit gebied. Het bestaat uit een verzameling bodemvondsten uit de omgeving van de N241. Dertig van deze voorwerpen liet hij heel precies reproduceren in gekleurd beton. Elk voorwerp kreeg een andere tint en werd ook sterk uitvergroot, waarna het op een van de tunnelwanden werd gemonteerd.

Als hoogreliëfs hangen de voorwerpen aan de muur, maar het lijkt alsof ze slechts gedeeltelijk door het muurvlak steken. Alsof ze nog in de grond vastzitten. Door de manier waarop ze zijn uitgevoerd zou je ze willen aanraken. Want door de sterke uitvergroting worden ze heel ruimtelijk en worden de details en oneffenheden goed zichtbaar. Ook de verschillende kleuren dragen daartoe bij. Kluiters: “Het beton is door en door gekleurd door er pigment aan toe te voegen. Maar de kleuren zijn terughoudend, het moest geen Efteling worden. Door dit pigmenteren krijg je een kleurintensiteit die ik heel mooi vind. En het heeft dezelfde matte uitstraling en ‘huid’ als de betonnen wand.”

Op foto’s van archeologische vondsten is er vaak een maataanduiding te zien. Meestal is dat een liniaal of een jalon (een stok met rood-witte vlakken). Daarom zijn op de wand tegenover de voorwerpen speciale meetlatten geplaatst. Ze geven licht en tonen de oorspronkelijke maat van de bodemvondsten. Erop staat ook in beknopte beschrijvingen wat elk voorwerp voorstelt, waar en wanneer het is gevonden en van wanneer het dateert.

Monster van Nes vertelt via de voorwerpen over allerlei tijden en gebeurtenissen die aan het gebied van de N241 zijn verbonden. Tegelijkertijd gaat het ook over de vernieuwing van de weg, omdat de opgravingen mogelijk zijn dankzij de werkzaamheden rond de wegverbreding.

De twee belangrijkste uitgangspunten voor mij als ik aan een opdracht begin zijn de uitvraag (de opdrachtformulering) en de plek waar de opdracht voor bestemd is. In de uitvraag stond dat het kunstwerk over archeologie moest gaan. Apart is dat een adviescommissie ruimtelijke ontwikkeling bij de provincie dit had bepaald omdat de tunnel door de Nes loopt.

Het gebied waar de N241 doorheen loopt is voor archeologen van groot belang. Waarschijnlijk bezit het veel informatie over de rijke geschiedenis van dit deel van Noord-Holland. Dat inspireerde me, maar ook een beeld dat ik tegen kwam van een archeologische vindplaats deed dat. Daarop is een enorme verzameling losse botten te zien die verspreid liggen in een veld. Samen vormen ze het skelet van een dinosaurus.

Met dit beeld voor ogen bedacht ik ook de titel van mijn project, die natuurlijk is afgeleid van de legende van het nooit echt waargenomen ‘Monster van Loch Ness’. Ik vond dat toepasselijk omdat het verhaal over een watermonster gaat en de Nesdijk voor lange tijd een kustlijn is geweest. Nu merk ik dat archeologen het ook hebben over ‘een monster van Nes’. Voor hen betekent ‘monster’ een proefstuk, onderdeel of grondmonster. Dat vond ik een grappige ontdekking. Er zijn letterlijk vele monsters van Nes.

Om het werk te maken had ik de hulp nodig van bewoners en andere betrokkenen. Via de website www.monstervannes.nl konden zij hun zelf gevonden bodemvondsten presenteren. Ik koos zelf welke voorwerpen ik wilde gebruiken voor de tunnelwand.

Met Monster van Nes wilde ik een monument oprichten dat via voorwerpen iets zegt over de bevolking van de regio Schagen, maar waarin de huidige bewoners zelf ook een rol hebben. Door zelf objecten aan te dragen voor in het monument of door zich te mengen in het proces met hun mening of kennis. Ik heb diverse kanalen aangeboord om vondsten te verzamelen. Natuurlijk heb ik de bestaande archeologische organisaties opgezocht maar ik heb ook bijeenkomsten georganiseerd, ik kreeg via via objecten aangemeld (omdat mijn project bekend werd) en ik ben ook, nadat mensen een voorwerp hadden aangemeld, naar ze toe gegaan.

Dit kon allemaal omdat er genoeg tijd was. Mijn opdracht startte al in 2014 terwijl mijn werk pas in 2017 samen met de tunnel zou worden uitgevoerd. Dat gaf mij de tijd om in het onderwerp te groeien en om deze samenwerking op te zetten. Die drie jaar had ik ook nodig.

Ik vond het opvallend dat mensen vaak denken dat hun vondst niet interessant genoeg is. De plaatselijke archeoloog Frans Diederik, die uitgegroeid is als een autoriteit in de regio, heeft mij geholpen door elke vondst die werd aangemeld te onderzoeken, te benoemen en er betekenis aan te geven. Zo bleek de teugelgeleider niet oud maar 19e eeuws. Maar de bronzen kam is uit de late ijzertijd, dat is echt een prachtvondst. En dat geldt ook voor de fibula, een Romeins speldje. Ze worden wel meer gevonden maar nog nooit met deze vorm. Het is bovendien bijzonder dat er een Romeinse vondst is gedaan, maar de manier waarop is nog mooier. De Provincie had na onderzoek verschillende archeologische zones uitgetekend. Maar 100 meter buiten zo’n zone vond een amateurarcheoloog deze fibula.

Ik ben bij iemand geweest die een collectie thuis heeft waar het provinciale archeologische museum Huis van Hilde niet tegenop kan. Hij verzamelt al 40 jaar maar intussen vraagt deze man op leeftijd zich steeds vaker af wat hij ermee moet? Ook zijn vrouw zei dat: wat moeten we ermee? Ik heb meerdere objecten uit zijn verzameling gebruikt.

De tube komt van iemand die een zak met spullen bracht. Niets bijzonders maar dat vond ik nou juist wel leuk. Andere mensen die langs de Nes wonen brachten vier dozen met ‘rommel’ die ze in de loop der jaren hadden bewaard.

Ik heb bewust gekozen voor voorwerpen uit alle tijden om het verhaal dat ik wilde vertellen zo breed mogelijk te maken. Daarom wilde ik ook de realiteit laten zien door dingen die normaal gesproken niet bijzonder genoeg zouden worden gevonden toch uit te kiezen en ze zo belangrijk te maken. Ook de vorm van de objecten speelde een rol want ik wilde dat daar diversiteit in zat. Ze moesten niet te veel op elkaar lijken. En dan speelde ook de uitvoering nog een rol van betekenis. Door de sterke uitvergroting moest ik er rekening mee houden dat de vormen ook dan nog interessant genoeg zouden blijven.